Pietje Bell: Heerlijk landje

Heerlijk landje

In januari was de familie Bell op Cuba. Exact 24 jaar geleden waren wij daar ook. Een prachtig eiland met fantastische mensen. Maar de Amerikanen komen en wij wilden het ongerepte, onbevangen Cuba van toen nog één keertje met een bezoekje fêteren.

Het Cuba van toen was arm, straatarm. Het ooit door de elite van gisteren (Harry Mulisch, Jan Hein Donner en nog meer van deze ‘grootheden, uit de tijd dat links altijd gelijk had) aanbeden beleid van de heer Castro, wierp overduidelijk zijn vruchten af. De bevolking had niets, alleen die overheerlijke zon en hun onvergetelijk optimisme.

Ik mocht bij een aantal Cubanen thuis komen, heerlijke mensen met een verrukkelijke lach, maar een kopje koffie of thee, laat staan een heerlijk wijntje of biertje, konden ze niet aanbieden. Winkels waren er niet, evenals horecagelegenheden. Een paar redelijke wegen wel maar die waren leeg, oorverdovend leeg en duizenden mensen stonden overal te liften om thuis te komen. Maar eerlijk is eerlijk, het onderwijs en de zorg waren ook toen gratis en van hoge kwaliteit. Wat dat betreft: petje af voor Fidel!

Het Cuba van nu is iets minder arm. Er komt langzamerhand enige bedrijvigheid en ietsje meer vrijheid. Maar de Orwell(1984)liaanse wijkcomités zijn er nog steeds. Daarin zitten leden van de partij die anderen (niet-leden) in de gaten houden. Volstrekt verwerpelijk natuurlijk! En het gemiddelde salaris ligt op zo’n vijftien euro, per maand wel te verstaan. Een arts komt niet veel verder dan tussen de dertig en veertig euro. Daar komen dan vaak wel de nodige emolumenten bij zoals een autootje en een huis, maar kom daar in Nederland eens mee. Het meeste wordt dan ook verdiend in de toeristenindustrie, waar toeristen worden geacht een leuk fooitje te geven. En dat wordt dan ook grif gedaan.

Maar dan, paradoxaal genoeg, de blijheid van de bevolking. Hun ontembaar patriottisme met een onstuitbare liefde voor hun vaderland. En ja, geregisseerd of niet, Fidel Castro. Wij zijn nog even op de schitterende begraafplaats in Santiago de Cuba geweest, waar vele van zijn medestrijders van toen begraven liggen. Maar zijn urn, bij de inmiddels wereldberoemde steen, konden wij niet bereiken. Honderden Cubanen waren ons voor en namen ruimschoots de tijd om Fidel te bedanken. Waarvoor heb ik niet direct kunnen begrijpen. Maar ja, een volksheld was hij onmiskenbaar. Niet in de laatste plaats gehinderd door zijn enorme charisma.

Als ik tenslotte Castro een rapportcijfer mag geven dan krijgt hij niet meer dan een mager vijfje. Een negen voor het prima gratis onderwijs en de voortreffelijke zorg en u begrijpt het al een vette één voor zijn wijkcomités. Om over zijn vermoedelijke rijkdom nog maar te zwijgen. Ook de rest van de socialistische top zit er warmpjes bij. Maar geen Cubaan die zich daaromtrent waagt aan een uitspraak, laat staan een oordeel.

Als je dan uiteindelijk weer voet op vaderlandse bodem zet, dan vallen een aantal zaken ogenblikkelijk op. Dat gekanker bijvoorbeeld en de vaak negatieve berichtgeving vanuit de diverse media. Maar wat hebben wij toch een heerlijk landje. Natuurlijk gaan ook hier zaakjes niet altijd naar behoren. Betaalbare huisvesting voor de minima bijvoorbeeld. En de privatisering van de zorg. Maar

grosso modo hebben wij niets te klagen. Wellicht zijn wij een tikkeltje te veel verwend en gedragen wij ons navenant als kleine kinderen.

Dus: waarom zijn wij niet apetrots op alles wat hier tot stand is gebracht? Hartstikke trots op dit kleine landje aan de Noordzee! Want laten wij eerlijk zijn: ons vaderlandje behoort tot de welvarendste ter wereld en dat hebben wij toch maar met z’n allen tot stand gebracht! Hier mag je zeggen wat je wilt (al wordt daar de laatste tijd een tikkeltje aan geknaagd) en hebben wij de vrijheid om te geloven wat wij willen. Dat laten wij ons toch never nooit door iets of iemand afnemen? Eigenlijk lijkt ons landje een beetje op LaLaLand. Toch?

Biba Holanda (Los Paises Bajos)!

Pietje Bell

Harderwijk Anders